archief / downloads

Op ‘luchtreis’: Over het begin van vliegveld Welschap

‘Mag dat van Schiphol grootscher zijn en dat op Twente fraaier gelegen, het mooiste stationsgebouw bezit momenteel gewis het Eindhovensche vliegveld Welschap. Zoowel door zijn opzet en bouw, als praktische inrichting en keurige aankleeding, is dit nieuwe luchthavenstation een waardevolle aanwinst, niet alleen voor de luchtvaart, doch ook als streekbelang.’ Dat schreef Henri Hegener in 1935 in het blad Het Vliegveld. Enkele jaren daarvoor, in 1932, opende het vliegveld en werd ook al meteen de Eindhovensche Zweefvlieg Club opgericht. In de huidige wijk Meerhoven herinneren nog twee gebouwen aan deze beginperiode van de Nederlandse luchtvaart.

De crisis in de jaren dertig van de twintigste eeuw kwam hard aan in Eindhoven. Veel mensen kwamen zonder werk. In het kader van een werkverschaffingsproject werd besloten om werkelozen in te zetten bij het gereed maken van een stuk heide als vliegveld. In 1932 was er een veld van 600 bij 900 meter gebruiksklaar, inclusief een houten directiekeet, hangar en wachtlokaal voor reizigers. Op 10 september 1932 feestelijk geopend. Er waren de hele week feestelijkheden en rondvluchten.

De KLM bouwde in deze periode aan een landelijke dienstregeling en startte op 1 mei 1934 een dienst Eindhoven-Rotterdam-Amsterdam. In deze dagen werd er Nederlandse luchtvaartgeschiedenis geschreven. De DC-2 Uiver won in 1934 de recordrace naar Melbourne. Met een totale vliegtijd van ruim negentig uur had het KLM-toestel de handicaprace gewonnen. Vreugde en trots golfden over de natie. Het hele land gaf zich over aan Uiverspeldjes, Uiversigaren, Uiverliederen, Uiversouvenirborden en Uivermenu’s in het restaurant.

De opening van de KLM-diensten vanaf Eindhoven was voor de gemeente aanleiding om het luchtvaartterrein uit te rusten met een nieuw luchthavengebouw. Als snel kwam architect Dirk Roosenburg (1887-1962) in beeld, vooral omdat hij al in Eindhoven actief was als architect van uiteenlopende Philipsgebouwen, maar ook omdat hij al voor de KLM werkte. In 1934 kwam hij met en ontwerp dat in razend tempo werd gerealiseerd.

Op 11 mei 1935 werd het nieuwe luchthavengebouw geopend. Het ‘stationsgebouw’ werd gebouwd op een opgehoogd terrein. Aan de stadskant van het gebouw werd een plein aangelegd van 85 bij 70 meter met een parkeergelegenheid. Daarnaast kwamen er ook een portiersloge, een transformatorgebouw en bouwde het bedrijf Rörink en Van den Broek uit Enschede een hangar voor vier á vijf toestellen. Het luchthavengebouw zelf bestond uit twee delen met in het midden een accent: de verkeerstoren.

Het zuidelijk gebouwdeel werd ingericht als café-restaurant. Het noordelijke bood onderdak aan een ontvangsthal, ruimten met KLM-loketten, een bagagekamer met weegschaal, en ruimten voor douane, EHBO en de havenmeester. Boven dit noordelijk deel bevond zich een dienstwoning en de keuken voor het restaurant. Deze keuken stond in verbinding met het restaurant door een dubbele ‘spijzenlift’.

Opmerkelijk is de kleurkeuze: een lichtgroene, bijna witte mineraalverf. Die originele kleur heeft het gebouw weer gekregen na de restauratie door architect Jan van den Burg in 2000. De groenig witte kleur werd gekozen met het oog op de zichtbaarheid vanuit de lucht. Bij de restauratie zijn onderdelen uit een ander gesloopt gebouw van architect Roosenburg toegepast, zoals enkele originele raamhendels.

Iets verderop herinnert het gerenoveerde clubhuis van de Noord-Brabantse Aero Club aan de begin periode van vliegveld Welschap. Op 28 september 1932 werd de NBAC opgericht door onder meer Frits Philips, zelf een enthousiast sportvlieger. De nieuwe vereniging had tot doel het sportvliegen in deze regio te bevorderen. De club vroeg Louis Kalff (1897-1976) om een ontwerp te maken voor een eigen paviljoen. Hij was werkzaam als architect en ontwerper bij Philips en ontwierp bijvoorbeeld het bekende Philips embleem met golven en sterren. Samen met Leo de Bever ontwierp Kalff ook het Evoluon.

Op 30 april 1933 werd het eigen clubhuis feestelijk in gebruik genomen. Het werd ’t Schuurke gedoopt. In 1938 veranderde de naam van de NBAC in Eindhovensche Aero Club (EAC), een vereniging voor zowel motor- als zweefvliegen. De nieuwe voorzitter werd Frits Philips. Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw, na een opknapbeurt, weer in gebruik genomen. Maar ’t Schuurke raakte in verval na de ingebruikname in 1968 van de Fly-Inn, een nieuw clubgebouw elders op Welschap. Hans de Jong en Egon van Eulem ontdekten het door onkruid overwoekerde pandje. Ze zagen onmiddellijk de mogelijkheden van het gebouw en de plek. Na grondige renovatie en verbouwing door het Eindhovense architectenbureau Open Architecture Office (OAO) is het paviljoen momenteel in gebruik als praktijk voor manuele en fysiotherapie.

Tekst: René Erven. Foto: Ton Langenberg. Historische beelden: RHCe.

 

Dit artikel verscheen eerder inde brochure van Open Monumentendag 2014.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws in je inbox