archief / downloads

Groei en de regio: Rondetafelgesprekken 3/3 Bladel

Wat is de identiteit van een dorp? Wat is de rol van de nieuwe gemeenschapshuizen?  En, waar moeten nieuwe woningen komen? Tijdens het rondetafelgesprek met inwoners van de Bladelse dorpen Hapert, Bladel en Netersel kwamen tal van vragen aan bod. Een gesprek met goede én slechte voorbeelden én over het belang van goede architectuur. Morgenmakers doet verslag:

“Laat Dijsselbloem zijn problemen zelf oplossen en leg een dorp aan bij ASML”; “Laat onze dorpen gefaseerd groeien met genoeg nieuwe woningen voor onze woningzoekende jeugd’; “Eigen inwoners eerst”. Juist dit soort reacties vangt Marja Hol op in haar dorp Bladel. Het zit haar dwars dat de deelnemers aan het gesprek de groei en druk vanuit Brainport ‘gelaten’ te accepteren. Ze schrijft: “Dat geeft geen goed beeld van wat er bij bewoners in diverse dorpen echt leeft.”

In het gesprek ging het er wel even over. Aan tafel een inwoner uit Netersel die aangaf dat ze zich zorgen maakt over de jongeren die in het dorp willen blijven: “Het steekt als je zoon of dochter geen woning kan vinden, maar als er wel dure huizen worden gebouwd voor anderen.”

Jan Smets uit Bladel en al jarenlang correspondent voor het Eindhovens Dagblad voor de gemeente, herkent het probleem. “Een oplossing vraagt ook om creativiteit.”

Zo heeft locatievereniging Bladel voor CPO Den Herd een woningdoorstroomsysteem bedacht om woningen binnen de eigen kern van eigenaar te laten wisselen.

Kevin Verdonschot uit Hapert mist de ambitie bij de gemeente om dat soort CPO-initiatieven, echt te ondersteunen: “Je moet zorgen dat zo’n initiatief om mensen hier te houden, ook echt door kan gaan. Ik mis hier effectief beleid.”

 

Gemeenschapsgebouw

Jan Smets heeft een foto meegenomen van Bruis, het nieuwe gemeenschapshuis in Bladel . Het pand waar vroeger de Rabobank in zat, was heel gesloten, aldus Smets: “Ik vind het heel knap dat ze dit hebben kunnen vertalen in een bouwwerk naar iets wat heel transparant is. Je ziet het wanneer de toneelvereniging bezig is, waar ze aan het zingen zijn… Ik vind dat een belangrijke waarden voor het bouwen in de toekomst bij een gebouw als dit.”

Smets wijst op het belang van goede architectuur: “Het is de enige kunstvorm waar je je niet aan kan onttrekken. Je kunt ervoor kiezen om naar een museum te gaan of een boek te lezen, maar gebouwen zul je sowieso zien. Als je mooi bouwt, zorgt dat voor kracht van een gemeenschap.”

Dan het gemeenschapshuis van Hapert, waar dit rondetafelgesprek plaatsvindt. De kerk, vroeger het hart van de religieuze gemeenschap, is omgebouwd tot een multifunctionele ruimte, met behoud van historische details.

Hugo Leijten: “Ik vind in dit gebouw volstrekt het tegendeel van Bruis in Bladel. Het is een fiasco. Ik was erbij met de eerste gesprekken over het pand. Ik had toen het idee dat het een gebouw werd waar je gewoon naar binnen zou lopen.”

“Ik heb dit gebouw juist gekozen als succesgebouw”, reageert Verdonschot. Hij heeft zelfs een foto meegenomen van Hart van Hapert, zoals het nu heet: “Hier komt echt alles samen: sportverenigingen, toneel, harmonies, carnaval. zoveel verschillende leeftijden. Ze hebben een kerngebouw in het dorp een nieuw leven gegeven, het is een schoolvoorbeeld van hoe het zou moeten.”

De ervaringen of bewoners er makkelijk binnenlopen, lopen uiteen: “Je komt er alleen als je een afspraak hebt of lid bent van een vereniging”, meent Leijten.

Verdonschot is lid van vereniging en komt er vaak: “Maar als ik hier ga sporten, is zeker een kwart van de mensen die er zijn gewoon een drankje aan het doen.”

Feit is dat het Hart de thuisbasis is voor veel activiteiten, en er ook veel bruiloften en andere feesten worden gehouden. Tijdens dit gesprek zitten er in een zaal verderop tussen de 70 en 100 mensen te kienen. Verdonschot: “Een gebouw als dit is cruciaal voor een dorp. Er was veel scepsis, maar het is een succesverhaal.”

Overigens hoeft voor Verdonschot echt niet iedereen bij het verenigingsleven: “Ik wil alles behalve proberen zieltjes te winnen. Maar er moet wel een platform te creëren zijn. Ik geloof er in dat als er geen sociaal platform is, het veel moeilijker is om te integreren in een dorp.”

Een andere belangrijke ontmoetingsplek is de kroeg. Een inwoner uit Netersel: “Hier in de dorpen is de kroeg een soort huiskamer van het hele dorp. Als je binnenloopt, kom je altijd wel een bekende tegen. Die gemoedelijkheid, dat moet je fijn vinden.”

 

 

Identiteit van het dorp

“Om een dorp goed te laten groeien, moet je op zoek gaan naar een plek waar mensen samen komen”, ziet ook Smets. “Mensen hebben een identiteit nodig: Dit is van ons.”

Leijten is wars van het idee van een identiteit. “De burgermeester vroeg: wat is het DNA van Hapert?’” Leijten interviewde mensen hierover, maar dat project is leverde niet veel op, volgens hem omdat hij ook mensen interviewde die niet hun hele leven in Hapert hebben gewoond. “Moet je een jaren 50 idee in stand houden?”

Verdonschot: “Je moet je identiteit doorontwikkelen. Ik hoop dat de dorpsidentiteit over 20 jaar weer anders is.” Tegelijk is hij bang dat de eigenheid van het dorp wegvalt: “Hapert kent heel veel initiatieven, vanuit mensen die elkaar al enigszins kennen en een dorpsgevoel hebben. Als het dorp heel groot wordt en mensen hebben meer afstand van een dorpsgevoel, kan het in elkaar vallen”, redeneert hij.

Marja Hol: “Als er mensen komen om een aantal jaar hier te wonen en dan weer weg gaan, dan ga je die nooit meekrijgen in het dorpsgevoel.’

“Worstcasescenario is Veldhoven”, meent Verdonschot: “Waar huizenprijzen mensen dwingen te vertrekken, en daarmee het dorpse karakter verdwijnt.”

 

Aparte wijk

De inwoner uit Netersel knikt instemmend: “We kunnen leren van wat er fout is gegaan in Veldhoven. Daar is alles erg door elkaar gegooid. Mensen willen gewoon een dak boven hun hoofd, het dorp maakt hen niet uit. Als er zoveel mensen moeten worden opgevangen: zorg dan dat ze op die plek komen te wonen waar ze hun eigen ding kunnen doen.”

Ze heeft een foto meegebracht die ze maakte bij de kippenboer net buiten Netersel: “Die is ermee gestopt. Er staat een stal en een enorm stuk groen omheen met een functie voor koeien. Het is een economisch gebeuren. Ik heb me er weleens over verbaasd dat er veel discussie is over huizen bouwen in de kern van het dorp. Als je bouwt ‘voor vreemden’ dan zou ik denken: We bouwen op die plek van de kippenboer. Je maakt gewoon een aparte wijk voor nieuwkomers.”

Ze bedoelt niet dat nieuwe mensen worden buitengesloten van het dorpse leven: “Wie wil meedoen aan wat er gebeurt, kan kruipend het dorp in. Als je dat niet wilt, hoeft dat ook niet.”

Los van de vraag of dat op deze specifieke plek zou kunnen, is er een achterliggende vraag: Ga je de groei zoveel mogelijk binnen de dorpen opvangen en mixen met het bestaande of bouw je meer losstaande wijken?

De inwoner uit Netersel is zelf vanuit het westen van het land naar het kleine dorp verhuisd: “Het was onze keus om te participeren in het dorpsleven. Sommige mensen zullen daar geen interesse in hebben, dat is geen probleem. Maar als er te veel gaten vallen waardoor er connecties wegvallen, dan gaat dat ten koste van de sfeer. Je kunt niet ineens 100 mensen erbij zetten.”

Het spanningsveld zit volgens Smets vooral in de snelheid waarmee er extra mensen en gebouwen bijkomen: “Wanneer het langzamer gaat, kun je mensen in de straat beter meenemen.”

 

Buiten spelen

Als er gebouwd wordt, is het van belang ook na te denken aan faciliteiten. Denk aan scholen, maar ook aan woonzorgcentra en aan genoeg groen.

Verdonschot: “Dit is een foto van afgelopen zomer van eigen achtertuin. Ik zie soms nog wel eens eekhoorns voorbij komen, ik hoop ook dat mijn kinderen dat ook nog kunnen ervaren. In nieuwbouw is dit een hele grote kans: dat er veel groen blijft.”

Ook voor het tegengaan van hitte is vergroening belangrijk in de nieuwe wijken, vult Hol aan.

“En zorg dat kinderen buiten kunnen spelen, daar worden ze zelfstandig van”, zegt de inwoner uit Netersel. Groen kan ook verbindend werken. Mensen die samen de tuin bijhouden, met recreatie, educatie.

Verdonschot: “Als je zoiets in een nieuwe wijk hebt zitten, geef je die uitbreiding al een identiteit vanaf het begin.”

 

Deze activiteit kam mede tot stand met financiële ondersteuning van: ARO x CoLA x ZUID 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws in je inbox