archief / downloads

Cepezed is… klaar voor de toekomst

Op maandag 13 februari 2017 was Ronald Schleurholts van het Delftse architectenbureau cepezed te gast. Hij verzorgde de eerste lezing van het drieluik ‘Klaar voor de toekomst’. Jos Lichtenberg, emeritus hoogleraar productontwikkeling TU/e, verzorgde een inleiding over het waarom en het belang van de reeks lezingen. Centrale vraag hoe maken we de huidige bouweconomie circulair? Cepezed had verrassende en hoopvolle antwoorden in petto…

Jos Lichtenberg presenteerde een gedegen analyse van de problemen binnen de bouwkolom. Een bedrijfstak die voor 5,1 % bijdraagt in het BNP, maar die tegelijkertijd verantwoordelijk is voor 25% van het wegtransport; 35% van de nationale afvalberg en 43% van de energieconsumptie en de CO2 emissie. Een sector die ongelofelijk complex is georganiseerd, en waarbij innovaties eerder toevoegingen aan een bestaande bouwpraktijk zijn en niet resulteren in een werkelijk andere organisatie en werkwijze in de bouw.

Lichtenberg signaleerde eveneens dat het middenveld in de bouwkolom, gevormd door onder meer adviseurs, architecten en leveranciers van bouwmaterialen, onder druk staat. Lichtenberg typeerde deze trend met de woorden ‘het middenveld in de sandwich’. Dat komt omdat eindgebruikers en opdrachtgevers steeds vaker direct ‘zaken doen’ met bouwers en producenten. Deze laatste zijn door flexibele productietechnieken steeds beter in staat te voldoen aan de vaak specifieke wensen van opdrachtgevers. De rol van de architect in de bouwkolom staat daardoor erg onder druk.

Lichtenberg stelde zijn gehoor de vraag ‘welke weg slaan we in?’ Hoewel hij zich er van bewust is dat er meerdere wegen te bewandelen zijn die leiden tot verduurzaming van de bouw, hield hij tegelijk een pleidooi om de bouw gewoon slimmer te organiseren. Maak gebruik van intelligent ontworpen componenten die op de bouwplaats kunnen worden geassembleerd en waarbij het gebouw ook op een eenvoudige manier kan worden gedemonteerd. Dit denken in intelligent ontworpen bouwelementen maakt het ook mogelijk om materialen en grondstoffen na verloop van tijd te vervangen en een nieuw leven te geven. Ook benadrukte Lichtenberg het belang om bij de ontwikkeling van gebouwen niet uitsluitend naar de bouwkosten te kijken maar naar de hele keten van waardecreatie waarin een gebouw een functie vervult.

In die context liggen er ook voor architecten nieuwe kansen en uitdagingen. De positie van de architect ten opzichte van de industrie gaat lijken op industrial design. De architect kan ook helemaal aan de vraagkant een nieuwe en interessante rol vinden, bijvoorbeeld als analist van gebruiksprocessen en kennisdrager van comfort en gezondheid.

Voor Ronald Schleurholts was het geen nieuws. Sterker nog, de projecten die hij tijdens zijn lezing presenteerde waren stuk voor stuk illustraties van de visie die Lichtenberg voor het verduurzamen van de bouw voor ogen had. Een eerste cepezed-project dat met name het denken in modulaire concepten illustreert is de Moreelsebrug. Deze fiets- en voetgangersbrug over de sporen bij Utrecht CS verbindt ten zuiden van het station het Moreelsepark en de Croeselaan. De brug sluit daarbij fraai aan op het bestaande stedelijk weefsel. De in beide stadsdelen aanwezige bomenrij wordt op de brug zelf voortgezet zodat er sprake is van een glooiende bomenlaan over de sporen. Schleurholts spreekt van een ‘kapstokstructuur’. De brug bestaat uit verschillende geprefabriceerde componenten: dragers en losse verbindende brugdelen. Deze laatste zijn voorzien van wegdek, reling en bomen, en zijn in een keer op hun plaats gehesen. De verlichting in de avonduren is bescheiden en opgenomen in reling en wegdek. Het resulteert in een sfeervolle, langgerekte lichtcontour met een van onder aangelichte bomenrij.

Het denken over de gehele levensduur van een gebouw, inclusief de mogelijke sloop (of afbraak), werd fraai geïllustreerd door het ontwerp voor de nieuwbouw van de tijdelijke rechtbank in Amsterdam. Cepezed ontwikkelde de tijdelijke nieuwbouw van circa 5.400 m2. Een groot deel van de rechtspraak vindt plaats in dit tijdelijke gebouw. Het zal de vijf jaar in gebruik zijn op hetzelfde perceel waar de nieuwe permanente herhuisvesting wordt gebouwd. De opdrachtgever, het Rijksvastgoedbedrijf, vroeg een ‘design build maintain remove’ voorstel. De eisen aan het tijdelijke pand zijn hoog. Het interim-karakter mag zelf niet zichtbaar zijn en zeker niet afbreuk doen aan de representativiteit. Verder zijn er strenge eisen met betrekking tot de complexe logistiek, akoestiek, comfort en veiligheid.

Als belangrijke eis van de opdrachtgever gold eveneens het voorkomen van afval en het maximaliseren van de restwaarde van het gebouw. Op iedere schaal is consequent gezocht naar mogelijkheden tot reductie, hergebruik en recycling van materialen. Ook is er zo veel mogelijk gezocht naar het gebruik van donormaterialen, dat verspilling ‘aan de voorkant’ minimaliseert. Zo is het hergebruik van kanaalplaten uit sloopgebouwen voor realisatie van het vloersysteem onderzocht. Na afloop van de gebruiksperiode is het gebouw in zijn geheel herbruikbaar op een andere locatie.

Schleurholts besloot zijn voordracht met de recent opgeleverde Eindhovense case: de verbouwing van een deel van het Natlab ten behoeve van Sint Lucas, een college voor creatief-technische en ondernemingsgerichte (v)mbo-opleidingen. De school zocht daarbij expliciet aansluiting bij de veelheid aan creatieve instellingen en bedrijven die op Strijp-S actief zijn. Ook binnen de school zelf is alles gericht op het creëren van een echte ‘creative community’. Het architectonisch ontwerp is hieraan dienstbaar. Meest opvallende ingreep in dit verband is de nieuwe middenzone in het hart van het complex. Deze is helemaal gericht op kruisbestuiving: met anderen binnen de school, maar ook met de buitenwereld. Deze middenzone doet tevens dienst als restaurant, expositieruimte, samenkomst- en opvoeringszaal. Daarnaast is er voor de community een diversiteit aan vertrekken gecreëerd. Er zijn theorielokalen, praktijk- en instructieruimten, overlegruimten, spreekkamers en individuele studiecellen.

Het gerealiseerde ontwerpconcept is al het ware ge-ent op de oorspronkelijke bebouwing van het Natlab. Deze kent een elementaire opzet van twee langgerekte, tweelaagse bouwstroken met aan de noordwestzijde van iedere strook een reeks paviljoens. Aan de zuidkant zijn deze stroken verbonden door een bouwblok waarin onder meer de culturele organisatie Natlab door Plaza Futura gevestigd is. Het is de bedoeling dat de school hiermee een intensieve wisselwerking aangaat. Ook is er een commerciële straat opgenomen met bijvoorbeeld een bijzonder geoutilleerde printshop waar zowel studenten als externe partijen gebruik van kunnen maken. Ook zijn de creatieve studio’s voor bijvoorbeeld fotografie en AV-montage buiten lestijden te huur. De hoofdentree van de school geaccentueerd door een enorme taatsdeur bevindt zich aan de Torenallee. De ontsluiting van zowel de bestaande bouw als de hoge nieuwbouw daartussen, is georganiseerd vanuit het multifunctionele gebouwhart. De nieuwe en bestaande bouw hebben ieder hun eigen karakteristiek en waarde, terwijl zij ook één geheel vormen.

Tijdens het nagesprek was er alom lof voor de aanpak van cepezed en werd de vraag gesteld hoe het mogelijk is dat het bureau in staat is om controle te houden op zo veel details van het architectonische ontwerp. Schleurholts lichtte toe dat cepezed niet alleen een dienstverlenend architectenbureau actief is maar zich ook als projectontwikkelaar richt op nieuwbouw en herstructurering van woningen, bedrijfsgebouwen en kantoren. Productontwikkeling en de toepassing van geïntegreerde en duurzame energieconcepten zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Deze nieuwe rol van architect als ontwikkelaar is tegelijk ook een antwoord op de door Lichtenberg gesignaleerde ontwikkeling dat het middenveld van de bouwkolom onder druk staat.

Tekst: René Erven. Foto’s: Jannes Linders / cepezed

 

Deze tekst is opgenomen in Jaarverslag 2017.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws in je inbox