archief / downloads

Automobielbedrijf Van der Meulen-Ansems en de voormalige luciferfabriek

Door de aanleg van het Eindhovens kanaal aan de oostzijde van de stad (1843-1846) en de komst van het spoor tussen 1863 en 1870 verbeterde de bereikbaarheid van Eindhoven en kreeg de industrie een impuls. De belangrijkste bedrijfstakken waren er de textiel- en tabaksindustrie, maar ook de houtindustrie en hoedenfabricage. Eind negentiende eeuw werd bovendien op de hoek van de Dommelstraat en de Tramstraat de tramremise gerealiseerd. In het begin vertrok er de paardentram, maar vanaf 1906-1907 reed er ook een stoomtram naar Geldrop en een goederentram naar het kanaal. Een grootschalige verstedelijking van Eindhoven en omgeving kwam op gang. Tegen deze achtergrond kwam ook de lucifersfabriek Vissers Langemeyer & Co aan de Vestdijk tot stand, dat later het complex van het garagebedrijf Van der Meulen-Ansems zou worden.

Het gebied aan de oostkant van Eindhoven, net buiten de vesting, maakte eind negentiene eeuw een snelle ontwikkeling door. De belangrijkste bedrijfstakken waren er de textiel- en tabaksindustrie, maar ook de houtindustrie en hoedenfabricage. De Vestdijk werd in deze tijd een laan met enkele villa’s en fabrieken, met onder meer de luciferfabriek Vissers Langemeyer & Co.

Deze industriële ontwikkeling en de komst van het gemotoriseerde verkeer maakten ruimtelijke maatregelen noodzakelijk. In 1928-1929 werden de Gender en de stadsgracht gedempt. Ook na de Tweede Wereldoorlog zette de snelle ontwikkeling zich voort en veranderde de bebouwing aan de Vestdijk enorm. De fabrieken met villa’s en het Binnenziekenhuis werden vervangen door hoge kantoren, appartementen, een hotel en een winkelcentrum. Hierdoor transformeerde de Vestdijk in één eeuw van een lommerrijke weg in een drukke verkeersader.

Ook het complex van Ford-dealer en garagebedrijf Van der Meulen-Ansems heeft in deze periode grote veranderingen ondergaan. Het oudste deel is in 1880 gebouwd als luciferfabriek door de eerder genoemde firma Visser, Langemeyer & Co. Na een korte periode als huisvesting te hebben gediend voor de boek- en steendrukkerij Schäfer & Co en sigarenfabriek Meijer, Blomhof Jzn (1906-1916) nam de firma Van der Meulen-Ansems het pand in gebruik.

De voormalige luciferfabriek kreeg een nieuw leven als autostalling en is zodoende een vroeg voorbeeld van een parkeergarage. De garage bood plaats aan 250 auto’s en er werden ook parkeerplaatsen verhuurd aan de villabewoners van de Raiffeisenstraat, die met een loopbrug hun woning konden bereiken. Het gebouw werd aan de zuidzijde in twee fasen uitgebreid, in 1926 met een hoog bouwdeel en in 1929 met een laag bouwdeel. Bij de bouw werd gebruik gemaakt van een destijds nieuwe Duitse techniek, de stalen vakwerkbouw, waarvan in Nederland maar weinig voorbeelden te vinden zijn.

Bij het Duitse bombardement van 19 september 1944 raakte het complex beschadigd en werd de voorbouw verwoest. Hierop volgden veranderingen aan het complex in de wederopbouwperiode. Het meest in het oog springend is de bouw van de verpleegstersflat langs de Vestdijk in 1956 met op de begane grond de garage Van der Meulen-Ansems. De laagbouw aan de achterzijde werd vanaf 1947 deels verhuurd aan autobusonderneming Vitesse voor het stallen en onderhouden van het materieel. Ook na de wederopbouwperiode vonden aanpassingen aan het complex plaats, zoals het aanbrengen van stalen beplating, die ook nu nog enkele oorspronkelijke gevels aan het zicht onttrekt.

In het laatste kwart van de twintigste eeuw raakte het pand in onbruik. Hierdoor is de oude toestand goed bewaard gebleven evenals bijzondere details, zoals muurschilderingen van klassieke auto’s. Het complex speelde een rol in de film ‘Doodslag’ met Theo Maassen (2012) en ook was het pand het decor van een lichtinstallatie tijdens Lichtfestival GLOW 2010.

Veronie Delmee. Beeld: RHCe.

Dit artikel verscheen eerder tijdens Open Monumentendag 2014.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws in je inbox