archief / downloads

Op bezoek bij ‘De Campina’

In juni 2012 organiseerde Architectuurcentrum Eindhoven een rondleiding door de Campina zuivelfabriek aan het Eindhovens Kanaal. De aanleiding was het thema van de jaarlijkse Dag van de Architectuur: ‘Architectuur en voedsel’. Een unieke ervaring zo blijkt nu, want in 2013 kondigde de directie van FrieslandCampina aan de productie van zuivel te zullen overhevelen naar locaties in Rotterdam en Maasdam. Het complex is inmiddels gekocht door BPD, en de plannen om het gebied te herontwikkelingen zijn in volle gang. Daarom nog een keer een rondgang door het complex tijdens Open Monumentendag 2018…

Er gingen vele vriendelijke en enthousiaste mails aan vooraf. En, na een plezierige en persoonlijke kennismaking met de FrieslandCampina-directie kwam er uiteindelijk groen licht. Een bezoek aan de fabriek was in principe mogelijk, maar dan alleen zondag in de ochtend voorafgaand aan de levering van verse melk. En, dat was ook nog een belangrijke voorwaarde, als alle bezoekers hygiënische en beschermende kleding zouden dragen.

Het was een amusant gezicht. Alle aangemelde belangstellenden met de verplichte hygiënische schoenen, mutsen en witte jassen. Alleen zo mochten we mee door de fabriek, opgedeeld in twee kleine groepjes. Het was er warm en vochtig. Tegelijkertijd was het indrukwekkend om te zien hoe grote hoeveelheden ruwe melk werden verwerkt tot consumptiemelk en andere zuivelproducten. Echter, niet alleen de productie van melk was aanleiding om een kijkje te nemen in het gebouw. Ook de architectuur was en is nog steeds het bekijken waard.

De voorgeschiedenis: Campina. De geschiedenis van het Eindhovense Campinacomplex gaat terug tot 1916. Toen werd de zuivelfabriek van de Coöperatieve Melkinrichting Sint-Joseph opgericht door enkele Strijpse boeren. Ze bouwden een moderne melkfabriek aan de Dommel, goed voor en dagproductie van 1.500 liter melk. Het bedrijf groeide snel en al in 1919 kon de belangrijkste concurrent ‘Moderne’ worden overgenomen. De locatie aan de Dommelstraat werd al gauw te klein. In 1925 werd een terrein aan de Paradijslaan, ten zuiden van de binnenstad aangekocht. Hier werd aanvankelijk de kaasproductie ondergebracht. In 1929 werd echter besloten tot het overplaatsen van het gehele bedrijf naar de Paradijslaan. Er kwam een nieuwe fabriek die in september 1929 in gebruik werd genomen. Architect van deze fabriek was de Eindhovense architect Martien van Beek (1896-1962).

Eindhoven groeide in deze periode sterk en dus nam ook de vraag naar zuivel toe. In het Eindhovense stadsdeel Tongelre werd in 1947 de Coöperatieve Zuivelvereniging ‘De Kempen’ opgericht. Dit was een samenwerkingsverband van twaalf zuivelfabrieken, waarvan Sint-Joseph de grootste en waarschijnlijk ook de belangrijkste initiator was. Rond het midden van de jaren ’50 ontstonden plannen voor de bouw van een nieuwe fabriek om de aanvoer en verwerking van melk binnen het verzorgingsgebied van ‘De Kempen’ efficiënter te maken. Hierbij werden verschillende varianten overwogen om de aanvoer en productie over de bestaande fabrieken te verdelen. Naast een nieuw te bouwen fabriek in Eindhoven met een aanvangscapaciteit van circa 30,2 miljoen kg melk werd gedacht aan vier of vijf fabrieken voor de verwerking van de resterende 44 miljoen kg. Hiermee konden de circa 4.600 boeren een bevolking van zo’n 260.000 mensen van melk en melkproducten voorzien.

Met de plannen voor de nieuw te bouwen fabriek ontstond ook de nieuwe naam ‘Campina’, de Latijnse naam voor de Kempen. Dit werd tevens de naam voor de nieuwe fabriek, die het centrale bedrijf vormde van kringcoöperatie ‘De Kempen’. Met de bouw van de Campinafabriek aan het Eindhovens Kanaal werd de productie van de verouderde fabriek aan de Paradijslaan geheel overgeplaatst naar de nieuwe vestiging. Van de andere leden van de zuivelvereniging bleven alleen St. Isidorus in Bladel en St. Oda in St. Oedenrode nog in productie.

In 1961 werd de inrichting van Sint-Joseph aan de Paradijslaan gesloopt, en mensen die wel eens langs de Dommel wandelen hebben waarschijnlijk de restanten van het fundament en de fabrieksmuren ontdekt. De uitbreiding van het woonhuis/kantoor aan de Paradijslaan bij de brug over de Dommel, ontworpen door architect Thomas Kemme, rust op het nog aanwezige betonnen fundament van de oude melkfabriek.

Het complex. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog maakte Eindhoven grootschalig werk van de Rondweg, of Ring zoals deze nu wordt genoemd. Direct binnen deze ringweg werd op een nieuw bedrijventerrein naast het kanaal de zuivelfabriek aangelegd die in 1961 in gebruik werd genomen. In tegenstelling tot veel andere zuivelfabrieken, die zijn ontstaan door uitbreidingen van bestaande fabrieken, kon de nieuwe Campinafabriek geheel volgens een nieuw en ‘ideaal’ plan worden gebouwd. Er werd zelfs al rekening gehouden met de mogelijkheid voor toekomstige uitbreidingen.

Alle bouwtekeningen voor de nieuwe fabriek zijn vervaardigd door Ingenieursbureau Héman uit Heerlen. Dit bedrijf was opdrachtnemer wat betreft het constructieve ontwerp en de technische uitwerking van de gebouwen. Dit bureau was ook betrokken bij het ontwerp van de Campinafabriek die in Roermond in 1957 werd opgeleverd. Er zijn opmerkelijke overeenkomsten met deze Roermondse Campinafabriek, zoals de gevelklok en de moderne fabriekshallen met de bijzondere betonnen schaaldakconstructie.

Op enkele bouwtekeningen voor het Eindhovense complex wordt Jean Huysmans (1913-1974) als ‘architectonisch medewerker’ vermeld. Huysmans is een bekende architect die vooral in Limburg kerken, woonhuizen en kantoren ontwierp. Met name het ketelhuis en het kantoor met aangebouwde kantine zijn evenwichtig en zorgvuldig vormgegeven. Het gerealiseerde architectonische beeld is van hoge kwaliteit in zowel de hoofdopzet als de detaillering van onderdelen. Het complex is een fraai voorbeeld van wederopbouwarchitectuur.

Het is volgens bouwhistoricus Gerrit Korenberg waarschijnlijk dat Huysmans een ontwerp leverde, dat vervolgens door Ingenieursbureau Héman verder werd uitgewerkt. Huysmans bleef mogelijk als extern architectonisch adviseur voor de meer in het oog springende onderdelen betrokken. De bouw van de fabriek werd uitgevoerd door de N.V. Internationale Gewapendbeton Bouw (IGB) uit Breda.

Ook is er, typisch voor de wederopbouwperiode, aandacht voor kunst. Bij binnenkomst van het kantoorgedeelte sta je oog in oog met een monumentale wandschildering van Harry Koolen (1904-1985). Een landelijk tafereel met op de voorgrond koeien die worden gemolken, boerinnen en boeren en een typische Brabantse langgevelboerderij. Aan de horizon een skyline van flats, de Lichttoren en een kerk met twee torens, waarschijnlijk de verbeelding van de Eindhovense Catharinakerk.

De monumentale schoorsteen, met daarin ingemetseld ‘Campina’ in blauw geglazuurde baksteen, is een markante landmark. De oorspronkelijke gebouwen voor opslag, de melk- en ijsfabriek en de melkuitgifte zijn halvormig geconstrueerd. Deze gebouwen bestaan uit een betonnen hoofddraagconstructie met zogenaamde in fusée-céramique of fuséedaken. Bij deze innovatieve bouwmethode worden boogconstructies gemaakt van in elkaar geschoven keramische pottenbuizen. Deze bogen worden op spanning gehouden door trekstangen. Het resultaat is een uiterst lichte dakconstructie. Het complex in Eindhoven onderging door de jaren vele interne wijzigingen en de oorspronkelijke gebouwen raakten geleidelijk ingekapseld door diverse uitbreidingen. De fabriek bleek een bijzonder fraai en zorgvuldig ontworpen maatpak, dat na 54 jaar niet meer zo lekker bleek te zitten. In 2015 werd de productie beëindigd.

De toekomst. De zuivelcoöperatie schreef na de sluiting een tender uit voor de verkoop van het terrein en de gebouwen. Leidend was een ontwikkelkader van de gemeente. Dit gaat uit van wonen, werken en recreëren, met aandacht voor duurzaamheid en circulariteit. Ontwikkelaar BPD won de tender met een plan voor het complex, ontwikkeld met onder meer architectenbureau Studioninedots, DELVA Landscape Architects en enkele lokale partijen. Overigens is dit zeker geen definitief plan. Integendeel, er is sprake van een organisch proces dat kan worden aangepast aan de dynamiek van de tijd en de maatschappij. De ontwikkeltijd van het gebied bedraagt 10 à 15 jaar.

Net als andere steden staat Eindhoven immers voor flinke uitdagingen. Het aandeel ouderen en alleenstaanden groeit. Tegelijk wil de stad ook andere groepen huisvesten, zoals hoogopgeleide expats die uit alle delen van de wereld in Eindhoven neerstrijken. En dan zijn er nog de uitdagingen op het gebied van klimaat, duurzaamheid en mobiliteit. Met de herontwikkeling van de Zuivelfabriek wil de ontwikkelaar ook antwoorden formuleren op dit soort vraagstukken.

Enkele contouren van het plan zijn wel helder. Het gebied wordt open en vriendelijk, met veel ruimte voor ontmoeting. De gebouwen krijgen ‘ogen op straat’. Geen raamloze wanden, maar woningen en ateliers die uitkijken op de pleinen en andere verblijfsgebieden.

De mens staat centraal en niet de auto. Het autoluwe gebied kent straks geen stoepen of straten, maar gemengde gebieden voor voetgangers, fietsers en andere weggebruikers. Parkeren gebeurt zoveel mogelijk aan de randen van het gebied en in de bestaande gebouwen. Ook komt er veel groen. Dat creëert gunstige leefomstandigheden voor planten en dieren, is goed voor het waterbergend vermogen en de opname van hitte in de stad. Daarbij wordt ook het Eindhovens Kanaal betrokken.

Ook is er aandacht voor duurzaamheid en circulariteit en er bestaat het idee om een van de gebouwen te transformeren tot een foodmarket. Een plek waar je lokaal geteelde producten kunt kopen en consumeren, maar ook waar onderzoek wordt gedaan naar het maken van nieuwe grondstoffen op basis van afval. De ideevorming is net gestart, tot die tijd zullen er ook tal van tijdelijke initiatieven en festivals plaatsvinden op het Campinaterrein. Het festival Robot Love en de DDW zullen er dit jaar neerstrijken, en ook… Open Monumentendag 2018.

Tekst: René Erven. Foto’s: Rene Erven, Collectie Jos Hüsken en Studioninedots/Delva.

 

Bronnen:

Gerrit Korenberg, Campinafabriek Eindhoven: Bouw- en cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling, Gemeente Eindhoven, 2015;

Analyse Complex Campina Eindhoven, Stichting Wederopbouwerfgoed, Eindhoven, 1 november 2015;

Zuivelfabriek. Toekomstig leven aan de blauwe strip, BPD ontwikkeling, Eindhoven, 2017.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws in je inbox