Eens in de zoveel jaar worden de films van regisseur Jacques Tati (1907–1982) ontdekt door een nieuw publiek en trekken ze weer veel aandacht. Natlab toont in juli en augustus onder meer de legendarische films Mon Oncle, Playtime en Trafic.
Playtime is in alles extreem. De productie was uitzonderlijk ambitieus: met een budget van 260 miljoen Franse francs behoorde de film tot de duurste van zijn tijd. In Joinville-le-Pont liet Tati een complete stad op ware grootte bouwen, inclusief snelweg en wolkenkrabbers—een nepstad die bekend werd als ‘Tativille’. Daar filmde hij negentien maanden lang met tienduizenden figuranten. Om maximale scherpte en detail te bereiken, werden speciale groothoeklenzen ontwikkeld en werd er gedraaid op kostbare 70 mm-film. Geluidseffecten werden pas achteraf toegevoegd. Ondanks de voltooiing in 1967, na twee jaar vertraging, bleef het succes bij het publiek uit. De film flopte, met ernstige financiële gevolgen voor Tati, die uiteindelijk failliet ging.
Anders ging het met de film die Tati voor Playtime maakte: Mon Oncle. Juist deze film werd een enorm kassucces en trok in Frankrijk ruim 4,5 miljoen bezoekers. De film werd internationaal geprezen en bekroond met onder meer de Academy Award voor Beste Buitenlandse Film. Ook deze film biedt net als Playtime een ironische blik op de fascinatie voor moderne architectuur, technologische efficiëntie en consumentisme, zoals die in de jaren na de oorlog gestalte kreeg.
Trafic volgt Monsieur Hulot die een experimentele, technisch uitgeruste caravan heeft ontworpen. Samen met het voertuig reist hij via de snelwegen van Frankrijk en België richting de Amsterdamse RAI, waar het model gepresenteerd moet worden aan het publiek en potentiële kopers. Wat een eenvoudige en zakelijke verplaatsing had moeten zijn, verandert al snel in een opeenstapeling van problemen: mechanische defecten, technische storingen, een douanecontrole en een ongeluk zorgen voor voortdurende vertragingen…
Beeld: still uit Playtime (Natlab)