De gemeente Eindhoven wil drie gebouwen en twee kunstwerken op de TU/e-campus als gemeentelijk monument aanwijzen. Het gaat om het Auditorium, Gemini-Zuid, Ceres, de vloerreliëfs van Ad Dekkers en het vloermozaïek van Jan Dijker. De vijf objecten vormen samen een belangrijk onderdeel van de cultuur- en kunsthistorische geschiedenis van zowel de universiteit als de stad Eindhoven. De TU/e-campus heeft al een rijkmonument: Metaforum.
De ontwikkeling van de TU/e is onlosmakelijk verbonden met de groei van Eindhoven na de Tweede Wereldoorlog. De gemeente stelde in de jaren vijftig een gebied beschikbaar voor een tweede Technische Hogeschool in Nederland. In 1957 publiceerde het Eindhovens Dagblad de grootse plannen voor het nieuwe TH-complex, met moderne gebouwen van beton, staal en glas. Architect en stedenbouwkundige Sam van Embden (1904-2000) was positief over het beschikbare bouwterrein. Het Dommeldal was een prachtige setting voor de campus en de nabijheid van het stadscentrum en het station waren ideaal. De nieuwbouw voor de TH bood de mogelijkheid om te experimenteren met de zogenoemde ‘interne integratie’, de verbinding tussen de verschillende afdelingen van de hogeschool. In Delft, waar de campus voornamelijk bestond uit zelfstandige faculteitsgebouwen, was op dit vlak niet veel bereikt.
Het toenemende interdisciplinaire karakter van het wetenschappelijk onderzoek vroeg volgens Van Embden om nieuwe ruimtelijke oplossingen. Hij stelde een compact gebouwencluster voor, een combinatie van hoog- en laagbouwvolumes, onderling verbonden door luchtbruggen in een parkachtige setting. De gebouwen zijn geplaatst op een rechthoekig stramien, waarvan de richting aansloot bij het noordelijke deel van de rondweg, de Onze Lieve Vrouwestraat, en de haaks daarop geprojecteerde uitvalsweg, de Veldmaarschalk Montgomerylaan. Dit uitgangspunt is nog steeds herkenbaar.
Het Auditorium, bouwjaar 1961-1966, is vanaf de beginjaren het kloppend hart van de TU/e: een markante, brutalistische verschijning. Ceres, bouwjaar 1957-1959, is het voormalige ketelhuis van de universiteit dat een kenmerkend uiterlijk heeft door de schoorsteen en watertoren. Tussen 2009 en 2012 kreeg het een metamorfose, ontworpen door diederendirrix, en is nu in gebruik als kantoor- en onderwijsgebouw. De verbouwing werd in 2013 gelauwerd met de titel ‘BNA Gebouw van het Jaar’. Gemini-Zuid, bouwjaar 1970-1974, vormt de logistieke ruggengraat van de universiteit. Het verbindt via meerdere loopbruggen de verschillende universiteitsgebouwen met elkaar. Dit gebouw is illustratief voor de tweede bouwfase van de TU/e-campus. De betonconstructie behoort tot een van de belangrijkste ontwerpen van architectenbureau OD205. Een ander uniek element van Gemini-Zuid is het driedelige kunstwerk ‘Glasproject’ van Jan van Goethem.
Naast deze drie gebouwen geeft de gemeente twee kunstwerken het stempel ‘historisch waardevol’. Het gaat om het vloermozaïek van Jan Dijker, bouwjaar 1957, dat deel uitmaakte van het eerste gebouw op het TU/e-terrein. Ook de vloerreliëfs van Ad Dekkers, bouwjaar 1970-1972, krijgen erkenning. Deze vier betonnen zitelementen, geïnspireerd op geometrische vormen, ontwierp Dekkers voor de patio’s van het voormalige Rekencentrum van de TU/e. Deze liggen nu tussen de gebouwen Vertigo en Matrix. Beide kunstwerken maken onderdeel uit van de unieke kunstcollectie van de universiteit. Die kunstcollectie is bijzonder, omdat vanaf de start van de Eindhovense universiteit er veel aandacht was voor kunst die de architectuur versterkte. Van Embden speelde daarin een belangrijke rol door voor specifieke locaties kunstenaars een ontwerp te laten maken.
Foto: Auditorium, TU/e, Rien Boonstoppel