actualiteit

Vrouwen in het Eindhovense stadsdebat?

Volgende maand verschijnt het boek Eindhoven en de city: een debatgeschiedenis (1900-2000) bij uitgeverij Lecturis. Daarin beschrijft René Erven, coördinator van Architectuurcentrum Eindhoven, het debat over de grote stedelijke veranderingen die Eindhoven heeft ondergaan sinds de komst van Philips in 1891. En, dat is grotendeels een ‘mannengeschiedenis’. Maar die geschiedenis is niet uitsluitend door mannen geschreven. Het is goed om vandaag, op internationale vrouwendag, stil te staan bij de impact van vrouwen op het Eindhovense stadsdebat… Daarbij valt de naam van één vrouw in het bijzonder op: Hilda Verwey-Jonker. Zij zette zich in de dertig in voor de bouw van betaalbare en goede arbeiderswoningen. Dat deed ze als raadslid voor de SDAP (de voorloper van de PvdA). Zij was in 1935 het eerste en enige vrouwelijke lid van de Eindhovense gemeenteraad tot aan de Tweede Wereldoorlog.

Ook na de oorlog maakte Verwey-Jonker zich verdienstelijk in de Eindhovense politiek. Ze zat van 1953 tot 1962 in de gemeenteraad. Ze kwam met haar kritische opstelling meermaals in conflict met het college van B en W. Ze was bijvoorbeeld voorstander van een vooruitstrevende architectuurkoers die paste bij Eindhoven als moderne industriestad. In 1955 stelde ze vast dat wat er in Eindhoven werd gebouwd ‘benepen en provincialistisch’ is. Als voorbeelden noemde ze de brug over de Dommel aan het Stratumseind, het voetstuk van het monument voor Anton Philips (dat ze een ‘taart’ noemde), de Demer en de ‘banale kastrandjes’ aan de viaducten van het destijds net gerealiseerde hoogspoor. De bouw van het stadhuis, ontworpen door Jan van der Laan, dreigde volgens haar een ‘monument van de onmacht’ te worden: ‘Men gebruikt de woorden “monumentaal” en “representatief”, maar hebben deze woorden inhoud?’, stelde ze vast in een raadsdebat. Verwey-Jonker vond de hoogte van de geplande stadhuistoren aanmatigend, vooral vergeleken bij die van de torens van de Catharinakerk. Ze kwalificeerde het werkgedeelte als ‘kazerneachtig’ en het representatieve deel als ‘pompeus’: ‘De werkelijke democratie (…) vraagt geen pompeuze gebouwen’. Haar woorden hadden impact. Jan van der Laan paste zijn ontwerp aan en kwam in 1958 met een compleet nieuw en modern ontwerp. Een plan dat aan de basis lag voor het huidige stadshuis, dat in 1969 werd opgeleverd.

Hilda Verwey-Jonker was een geëngageerd politicus en maakte zich voor de Tweede Wereldoorlog ook sterk voor de opvang van joodse vluchtelingen in het Dommelhuis en gedurende de oorlog bleef zij hierbij betrokken. Met haar man, die werkzaam was voor Philips, ondersteunde zij ook het Philipscommando in Kamp Vught. Op 18 maart 1987 kreeg zij hiervoor de Yad Vashem-onderscheiding. In 1948 was ze VN vrouwenvertegenwoordiger en ging ze naar de Algemene Vergadering om een speech te geven. Daarnaast was zij medeoprichter van de Partij van de Arbeid en zat voor die partij in de Eerste Kamer van 1954 tot 1957. Later werd zij ook de eerste vrouw in de Sociaal-Economische Raad, waarvan zij 15 jaar lang als kroonlid deel uitmaakte. Van 1951 tot 1955 was zij voorzitter van de Vereniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap en daarna maakte ze van 1956 tot 1972 deel uit van een adviescommissie van het Ministerie van Sociale Zaken over de arbeidsmarktpositie van vrouwen, eerst als lid, later als voorzitter. Zij wist daarmee te bereiken dat er in 1955 een einde kwam aan het arbeidsverbod van gehuwde vrouwen én dat in 1957 de handelingsonbekwaamheid van getrouwde vrouwen werd opgeheven. De adviescommissie, voorloper van de Emancipatieraad, nam ook het initiatief voor de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Dit werd in 1975 wettelijk geregeld.

Datum: 8 maart 2024

Foto: ontwerp stadhuis 1955, Jan van der Laan

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws in je inbox