Eens in de zoveel jaar worden de films van regisseur Jacques Tati (1907–1982) ontdekt door een nieuw publiek en trekken ze weer veel aandacht. Natlab toont de films Mon Oncle en Playtime op 30 juli.
Playtime is in alles extreem. De productie was uitzonderlijk ambitieus: met een budget van 260 miljoen Franse francs behoorde de film tot de duurste van zijn tijd. In Joinville-le-Pont liet Tati een complete stad op ware grootte bouwen, inclusief snelweg en wolkenkrabbers—een nepstad die bekend werd als ‘Tativille’. Daar filmde hij negentien maanden lang met tienduizenden figuranten. Om maximale scherpte en detail te bereiken, werden speciale groothoeklenzen ontwikkeld en werd er gedraaid op kostbare 70 mm-film. Geluidseffecten werden pas achteraf toegevoegd. Ondanks de voltooiing in 1967, na twee jaar vertraging, bleef het succes bij het publiek uit. De film flopte, met ernstige financiële gevolgen voor Tati, die uiteindelijk failliet ging.
Anders ging het met de film die Tati voor Playtime maakte: Mon Oncle. Juist deze film werd een enorm kassucces en trok in Frankrijk ruim 4,5 miljoen bezoekers. De film werd internationaal geprezen en bekroond met onder meer de Academy Award voor Beste Buitenlandse Film. Ook deze film biedt net als Playtime een ironische blik op de fascinatie voor moderne architectuur, technologische efficiëntie en consumentisme, zoals die in de jaren na de oorlog gestalte kreeg.
Beeld: Affiche Playtime (Wikipedia)